Nieuw Begin wiki
Advertisement

Beste wikigebruikers,

Een nieuwe gedachtenstroom is mij ingegeven en deze keer ben ik daarop ingesprongen door details over het humanisme en gevolgen die dat heeft voor de metafysische beoordeling van de natuur te bestuderen. Ik stuitte hierbij na enige bestudering van vooral de geschiedenis van het rationalisme, dat deels verenigbaar is met empirisme en er grotendeels mee in tegenspraak is, omdat het ene vooral over het gebruik van het verstand en de rede gaat en de andere over het afleiden van informatie (en uiteindelijk kennis) uit de waarneming, op de filosofie van Immanuel Kant. Hierin kwam ik vooral door de ingeving dat alles van het verstand beredeneerd aan de natuur eigen is en dat bij het bestaan van een 'bovennatuurlijke' kracht/God in feite natuurlijk is, want als deel van de mensen in de fysieke stoffelijke werkelijkheid leeft. Het niet-fysieke deel dat te benaderen is door verstand en rede en indirect mogelijk ook door waarneming, zou dan gevormd worden door concepten, die dus niet-materieel zijn. Dit wordt in de (humanistische) filosofie vaak verondersteld een platonische verzameling eeuwig bestaande objecten/concepten te zijn, die onafhankelijk van de fysieke manifestatie in de werkelijkheid bestaan. Dit verwerpt Kant gedeeltelijk, maar zegt wel dat de mens verstand en rede (en 'de brug over de kloof daartussen') nodig heeft om tot Verlichting te komen, dus ontheffing uit de onmondigheid, de beperking van de mogelijkheden tot nadenken. Men meent dat Kant een tussenpositie tussen rationalisme en empirisme inneemt, door -vooral in zijn latere werken- op beide theorieën kritiek te uiten en bovendien ziet hij het godsbewijs niet bij voorbaat als onmogelijk, maar onder gewone 'redeomstandigheden' niet mogelijk, een a priori weten van een God of iets dergelijks in het verstand en de rede is dus (vrijwel) uitgesloten. Wat hij in ieder geval verwerpt is de beperking van de openbare mondigheid (d.w.z. het openbare gebruik van het verstand en de rede) door (kerkelijke) autoriteiten die in zijn tijd algemeen is. Het humanisme zelf is toegespitst op het idee dat de mens zelf in staat is het wezen van de natuur (dus de metafysica) te ontdekken of in ieder geval te benaderen en dat de lotsbepaling eerst en vooral in de mens zelf zit, wat Kant onderschrijft, maar die zegt wel dat de vrije wil van het individu en van de mensheid in het grotere geheel van bovenaf door de natuur is opgelegd. Omdat de wil van de natuur de wil van de individuen en de mensheid stuurt, zullen er grondwetten moeten volgen die -het liefst- in een ordentelijke burgerlijke samenleving worden toegepast. Hij maakt hierin onderscheid tussen het subjectieve/formele en het objectieve en tussen wetmatigheid en doelmatigheid en het einddoel de vrijheid, wat voor de mensheid een morele wet is. Ook is het de bedoeling dat de vereniging van alle grondwetten in nationale staten gaat leiden tot een wereldregering met een uiteindelijke grondwet, waarin het einddoel vrijheid centraal staat. Ook zijn andere kritische werken zijn de moeite van het bekijken of (be)lezen waard, vooral het werk Kritik der reinen Vernunft (1781) over het gebruik van de zuivere rede, soms benoemd als het gezonde verstand. In een deel van dit werk bespreekt hij de dimensies van ruimte en tijd, waarin onze waarnemingen plaatsvinden, dit noemt hij 'esthetica', een ander deel van het werk gaat over de 'logica' in de transcendentale basisleer bestaande uit 'analytica' en 'dialectiek'. Objectieve ervaring is noodzakelijk voor het formuleren van natuurwetten en omdat dit volgens empirist Hume niet geconludeerd kan worden uit een opeenvolging van waarnemingen, hoe vaak deze ook plaatsvindt, moet deze al in ons verstand gekend zijn en vanzelfsprekend, dus zonder waarneming/a priori. Dit sluit ook goed aan bij de zoektocht naar de waarheid en de vrijheid van individuen en de mensheid die plaatsvindt/zou mogen plaatsvinden in discussies van Nieuw Begin.

Alvast bedankt voor de medewerking en het meedenken,

Iscool (op NBt 23-2-0)

Advertisement